Opvoeding – toelichting & bibliografische notitie

27 Oct 2010

Toelichting
• Opvoeden is moeilijk. Ook een normaal gezin kan opvoedingsondersteuning gebruiken. Maar vooral bij probleemgezinnen is opvoedingsondersteuning gewenst. In Nederland wordt die ondersteuning mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld bij consultatiebureaus.
• De opvoedingsondersteuning komt meer en meer in de plaats van de traditionele zielzorg van weleer, die door de ontkerkelijking grotendeels is weggevallen.
• Empathie, democratisch besef, erkenning van de menselijke waardigheid, eerbied voor de natuur enzovoort, het zijn opvoedingsidealen. Die moeten worden geleerd. .
• Bij het opvoeden van kinderen staat de liefde voor het kind centraal.
• De afwezigheid van teksten over opvoeding in de huidige Grondwet en de aanwezigheid daarvan in internationale verklaringen en verdragen is opmerkelijk.

Bibliografische notitie
• In De Herziene Grondwet (1953) staan geen bepalingen over het opvoeden van kinderen. Wel is er de bepaling in artikel 22, lid 3, dat de overheid voorwaarden schept voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.
• In Een Nederlandse Ontwerp-Grondwet (2006) van Jan Willem Sap staan ook geen bepalingen over het opvoeden van kinderen. Wel is er de bepaling in artikel 32, lid 3, dat de overheid voorwaarden schept voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.
• In ‘Proeve van een Grondwet’ (2008) van prof. mr. C.A.J.M.Kortmann staan geen bepalingen over het opvoeden van kinderen
• In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) staat in artikel 25, lid 2, dat moeder en kind recht hebben op bijzondere zorg. In artikel 26, lid 2, staat dat het onderwijs gericht zal zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de verdraagzaamheid. Het zal de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen. In artikel 26, lid 3, staat dat aan de ouders in de eerste plaats het recht toekomt om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.
• In de Verklaring van de Rechten van het Kind (1959) staat in de Preambule dat het kind op grond van zijn lichamelijke en geestelijke onrijpheid bijzondere bescherming en zorg nodig heeft. In Beginsel 7 staat dat het kind een opvoeding behoort te krijgen, die zijn algemene ontwikkeling ten goede komt en het in staat stelt op basis van gelijke kansen zijn bekwaamheid, persoonlijk oordeel en gevoel voor zedelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontwikkelen en een nuttig lid van de maatschappij te worden. Daarbij behoren de belangen van het kind het leidend beginsel te zijn van hen, die voor zijn opvoeding en leiding verantwoordelijk zijn. Deze verantwoordelijkheid berust in de eerste plaats bij de ouders.
• In het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) wordt in de Preambule eraan herinnerd dat de Verenigde Naties in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben verkondigd dat kinderen recht hebben op bijzondere zorg en bijstand. In deze preambule wordt verder gesteld dat het kind volledig dient te worden voorbereid op het leiden van een zelfstandig leven in de samenleving en dient te worden opgevoed in de geest van de in het Handvest van de Verenigde Naties verkondigde idealen, en in het bijzonder in de geest van vrede, waardigheid, verdraagzaamheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. De artikelen 12, 13, 19 en 29 van het verdrag betreffen onder meer het respecteren, het niet indoctrineren, het beschermen, de zoveel mogelijke ontplooiing van het kind, het bijbrengen bij het kind van verantwoordelijkheid, van eerbied voor onder andere de rechten van de mens, de cultuur en de natuurlijke omgeving.

E-mail deze pagina

Aan:
Van:

Zend deze pagina door via e-mail

Omhoog
Terug naar boven