"Het kabinet wil een minder juridische Grondwet waar Nederlanders weer warm voor lopen. Maar zijn daar niet bij uitstek mensen uit het volk bij nodig?"
Karin van Leeuwen (promoveert op geschiedenis grondwetsherzieningen), Trouw, 30 september 2008
Nederlanders zijn er gezamenlijk verantwoordelijk voor dat in het land dagelijks alle noodzakelijke, veelsoortige arbeid wordt verricht.
Nederland streeft ernaar dat iedere Nederlander met plezier kan werken en zich in het werk kan ontplooien.
Nederland streeft ernaar dat moeilijk en tijdrovend werk op velerlei gebied zoveel mogelijk uit handen wordt genomen door machines en automaten.
Nederland streeft ernaar dat er uit milieuoverwegingen en met het oog op het welzijn van het nageslacht, niet te veel wordt gewerkt.
Nederland streeft naar volledige en rechtvaardig verdeelde werkgelegenheid waar het gaat om betaalde arbeid, gericht op het voorzien in het levensonderhoud.
Bij betaalde arbeid, gericht op het voorzien in het levensonderhoud, heeft iedere volwassen Nederlander recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op gelijke behandeling van vrouwen en mannen, op een menswaardige benadering, op een rechtvaardige beloning, op bescherming tegen werkloosheid, op gratis arbeidsbemiddeling, op bescherming bij kennelijk onredelijk ontslag, op gezonde, veilige en waardige arbeidsomstandigheden, op beperking van de maximumarbeidsduur, op regelmatige rusttijden, op periodieke vakantie met behoud van loon, op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van de werker en diens gezin, op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, op bijzondere zorg en bijstand voor moeder en kind bij geboorte.
In Nederland is er geen plaats voor slavernij en mensenhandel.
In Nederland wordt het kind beschermd tegen werk dat gevaarlijk is, dat zijn opvoeding hindert, dat schadelijk is voor zijn gezondheid, zijn lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling.