Logboek 2014

Het logboek bevat berichten over opmerkelijke ontwikkelingen bij  de totstandkoming van de Nieuwe Nederlandse Grondwet

dinsdag 30 december 2014
De Volkskrant eindigt vandaag haar hoofdartikel (p.27, Arnout Brouwers) met de zin: “De weerbaarheid van een democratie ligt in handen van haar eigen burgers”. Deze zin laat de krant volgen op de uitspraak van Charles de Montesquieu (1689-1755) dat de tirannie van een prins in een oligarchie minder gevaarlijk is voor het algemeen welzijn dan de apathie van een burger in een democratie.
Ik vind het zo jammer dat wij Nederlanders, die nu in staat zijn om in een gezamenlijke actie een eigentijdse grondwet samen te stellen (ik denk in het bijzonder aan de weg die David Van Reybrouck in zijn boekjes Pleidooi voor populisme en Tegen verkiezingen heeft gewezen), zulks niet doen. Een uiting van betreurenswaardige apathie. Jammer. Het zou ons zo weerbaarder en gelukkiger kunnen maken. Misschien zijn we er over een jaar of 75 aan toe.   CS
—————————————————-
zondag 28 december 2014
Aan Parkinson lijdende en waarschijnlijke dementie vrezende journalist Henk Blanken (55) zegt in de NRC (p.29) van dit weekend: “Het grote dilemma is dat de meeste artsen in het beginstadium geen euthanasie willen verlenen omdat de patiënt  niet ondraaglijk lijdt, en zodra hij wel ondragelijk lijdt, doen ze het niet omdat de patiënt wilsonbekwaam is geworden”.
Artsen spelen hier een te grote rol. Het wordt tijd dat hier (grond)wettelijk wat verandert. CS
—————————————-
maandag 22 december 2014
Rechters dienen oprecht te zijn en zijn dat.  Dat stelt mr. Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad der Nederlanden, in zijn gesprek met de NRC afgelopen weekend (Dagboek 2014, pg. 6 en 7). Hij maakt er geen gewag van dat oprechtheid van rechters gepaard kan gaan met vervalst bewustzijn (Karl Marx). Corstens getuigt dus helaas niet van de argwaan tegen het bewustzijn, dat in onze tijd wijsgerig gemeengoed is.  CS
——————————————————-
donderdag 18 december 2014
De Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag (hoogste rechtsprekende instantie in Nederland voor het civiele recht, het strafrecht en het belastingrecht) heeft afgelopen dinsdag bepaald dat politici  geen uitlatingen mogen doen die strijdig zijn met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Dat betreft, volgens de raad, niet alleen aanzetten tot haat, geweld of discriminatie, maar ook onverdraagzaamheid. Zie de NRC van gisteren, pag.3. In dezelfde krant wordt op pagina 11 melding maakt van een prediker met diens uitlating in 2008 dat mensen die de profeet Mohammed beledigen, gedood moeten worden.
Het wordt tijd dat het Nederlandse volk – via een breed gedragen debat –  in de Nieuwe Nederlandse Grondwet de grenzen bepaalt van de vrijheid van meningsuiting. CS
—————————————————————————–
zaterdag 6 december 2014
Mr. Lodewijk Asscher, viceminister-president en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bestudeert momenteel het verzoek van het CDA aan de regering om voorstellen te doen om groeperingen te kunnen verbieden wier doelstellingen onvermijdelijk leiden tot het terzijde schuiven van onze democratische rechtsorde. De minister heeft beloofd voor de komende Kerst met een antwoord te komen. De rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema ziet hier een goede aanleiding voor een debat over de fundamentele vraag hoe je met anti-democraten om moet gaan (zie zijn artikel in de Volkskrant van gisteren, pagina 26 Opinie & Debat). Rijpkema verwijst naar wijlen George van den Bergh (1890-1966), hoogleraar staatsrecht, die in 1936 in diens oratie aan de Universiteit van Amsterdam stelde dat anti-democratische partijen moeten verboden kunnen worden en daarin pleitte voor een heldere verbodsgrond voor politieke partijen in een Wet op de Politieke Partijen. Van den Bergh zag het wezen van de democratie in haar ´zelfcorrigerend vermogen´ (“Een democratie is zelfbestuur door middel van zelfcorrectie”). Hij oordeelde dat het enige besluit dat niet aan zelfcorrectie onderworpen kan worden het afschaffen van het raamwerk is waarbinnen die zelfcorrectie plaatsvindt. Daarin zag hij ook de rechtvaardiging om anti-democratische partijen te verbieden. Rijpkema heeft kritiek op de huidige duistere verbodsgrond voor politieke partijen, namelijk ´in strijd met de openbare orde´. In de lijn van Van den Bergh ziet hij de verbodsgrond in ‘de wil om de democratie af te schaffen’ .
Ik deel de opvatting van Van den Bergh en Rijpkema en ben van oordeel dat de door hen aangeduide verbodsgrond in de grondwet geformuleerd dient te worden.   CS
——————————————————–
dinsdag 2 december 2014
Psychiater Boudewijn Chabot schrijft in zijn artikel ‘Euthanasie zonder examen’ in de NRC van afgelopen weekend (pag. O&D4 en O&D5) het volgende: “Bij dementie in de beginfase heb ik geen kritiek op euthanasie die door de eigen arts wordt uitgevoerd. (…) Mocht ik ooit zelf in de dementiefuik terecht komen, dan wil ik mijn arts hiermee niet belasten en hoop ik tijdig de regie te nemen met pentobarbital”. Ik denk dat menigeen datzelfde wil en datzelfde hoopt. Ik in elk geval wel. Het recht op bedoelde zelfregie zou grondwettelijk vastgelegd moeten worden. Dat zou voor velen een geruststelling betekenen in de eindfase van hun leven. Mensen die tegen dit grondwettelijk recht gewetensbezwaren hebben, hoeven niet van dat recht gebruik te maken. CS
———————————————————
zaterdag 22 november 2014
Martin Sommer schrijft in zijn artikel over jongeren die zich aansluiten bij IS in de Volkskrant van vandaag (pag.29) het volgende: “Waarom ze ons zo haten? Niet omdat we talmen met het erkennen van Palestina, zoals ze bij de Partij van de Arbeid denken. Ook niet vanwege de discriminatie van moslims of vanwege de werkloosheid. Ze haten ons echt om wat wij zijn, om de liberale democratie. Dat los je met een gesprek over je nare jeugd niet op”.  CS
————————————————
dinsdag 18 november 2014
In de Volkskrant van vandaag trof ik de volgende twee opmerkelijke passages:
“Jasper Rijpma, niet voor niets Leraar van het Jaar 2014, zegt op #onderwijs 2032.nl dat we kinderen moeten opleiden tot kritische burgers die niets voor lief nemen en alle vaste aannames in twijfel trekken. Onderwijs in geschiedenis, kunst en filosofie, zegt Rijpma, kan kinderen leren een eigen kijk op het leven te creëren en hen ‘voorbereiden op de wereld’.” Bert Wagendorp, pag.2
“Het grote voordeel van een liberale democratie is dat je er achterlijke ideeën op na mag houden.” Meindert Fennema, pag. 29  CS
—————————————————-
zondag 16 november 2014
Dr.Ton de Kok (Antonius Cornelis Hendricus Maria), gewezen officier der mariniers, gewezen commando, gewezen Kamerlid, gepromoveerd in de geesteswetenschappen, geeft al vijftien jaar filosofie op het Amsterdamse lyceum Fons Vitae (bestaat dit jaar 100 jaar). Hij is 72 jaar en wil zijn leraarschap, zo mogelijk, tot aan het eind van zijn leven volhouden. “Al die jonge mensen om me heen, en dan meemaken hoe ze zich ontwikkelen, hen op weg helpen om antwoorden op levensvragen te vinden. Vooral meiden kunnen je verrassen: slim, geïnteresseerd, origineel. Jongens zijn soms wat kort door de bocht, met makkelijke en oppervlakkige oordelen.  De belangrijkste, grootste vraag die ik mijn leerlingen stel, luidt: ‘Waarom is er iets en niet niets?’. Is er een eerste oorzaak van alles wat beweegt en leeft; als die er al is, is er dan iets dat we God kunnen noemen? Of liever schrijf ik G.O.D. – God als: ‘Geen Object van Definitie’. We kennen de oerkracht niet waaruit alles voortkomt. Wel beschikken we over het fascinerende denkwerk van grote geesten die hierover in de afgelopen twee-. drieduizend jaar hebben nagedacht. Over die gedachten gaan mijn lessen, daarover heb ik een boek geschreven “. Aldus De Kok in de NRC van dit weekend, de rubriek ‘DE DERDE HELFT’, pag. O&D12. De Kok is overtuigd van het zelfbeschikkingsrecht van de mens, tot en met kwesties van leven en dood.  CS
———————————————————
dinsdag 11 november 2014
In zijn beschouwing bij de herdenking “25 jaar val van de Muur”, de herdenking van de zogeheten fluwelen revolutie van 1989, de revolutie waarbij weer eens duidelijk werd dat de geschiedenis onvoorspelbaar is en waarbij ook duidelijk werd dat de macht was losgezongen van de moraal, stelt Paul Scheffer dat de normatieve kracht van de liberale democratie nog steeds ongeëvenaard is (NRC, 8 en 9 november 2014, O&D 4 en 5). “Een kwart eeuw geleden namen we in Europa  afscheid van dat geopolitieke denken, van het idee dat macht altijd zwaarder weegt dan moraal…”, aldus de schrijver. Voor mij is dit alles weer een schreeuw om een levende grondwet, van en voor het volk, geschreven door het volk.  CS
——————————————–
maandag 10 november 2014
De FILOSOFIE KALENDER van donderdag 6 november 2014 herinnert aan de klacht van Desiderius Erasmus in diens boek Over opvoeding en vrije wil (1529) dat er wel genoeg geld is voor bekwame docenten op school, maar geen tijd meer voor de wijsbegeerte, terwijl het zo is dat de filosofie het kind in één jaar meer leert dan dertig jaar experimenteren.  CS
———————————————-
zaterdag 8 november 2014
In Nederland steeg de afgelopen twaalf jaar jaarlijks het aantal officieel gemelde euthanasiegevallen – bij gelijk gebleven totaal aantal sterfgevallen per jaar – van 1800 keer in het jaar 2002 naar ruim 4800 keer in het jaar 2013. Die stijging omvatte ook het aantal niet-ziekte gevallen (bijvoorbeeld ouderdom), namelijk van bijna 10% in het jaar 2002 naar ruim 30% in het jaar 2013. Vanuit zijn negatieve ervaringen als jarenlang lid van een toetsingscommissie euthanasie betoogt ethicus Theo Boer gisteren in de NRC en op NPO 2 het programma ‘Nieuwsuur’, dat artsen niet belast moeten worden met het verrichten van euthanasie bij niet-ziekte gevallen. Boer: “Je vraagt veel van een arts. Hij is niet opgeleid om het leven te beëindigen, integendeel. Waarom houden mensen zelf niet op met eten en drinken als ze willen sterven? Dat is ook een zachte dood.” Hij vraagt zich dan ook af of we als samenleving de euthanasie, zoals geregeld in de euthanasiewet van 2002, wel moeten willen. Zelf ben ik ook van oordeel dat artsen een te grote rol hebben in onze wettelijke euthanasieregeling, met name bij de niet-ziekte gevallen. Bij deze laatste zouden veeleer andere disciplines dan geneeskunde, zoals filosofie en farmacologie, ingeschakeld kunnen worden. In elk geval zouden betrokkenen niet aan hun lot moeten worden overgelaten worden, zoals Boer lijkt te willen. Ons recht op leven en dood moet grondwettelijk geformuleerd worden. Zie Nieuwe Nederlandse Grondwet  (Hoofdstuk VI ‘Onze gemeenschappelijke uitgangspunten op de belangrijke aandachtsvelden in onze samenleving’, Paragraaf 12 ‘Levensbeëindiging’)  http://www.nieuwegrondwet.nl/nieuwe-grondwet/#6  .   CS
———————————————————————-
donderdag 23 oktober 2014
Het salafisme, een fundamentalistische stroming binnen de soennitische islam, bestrijdt instellingen zoals democratie, grondwet, verkiezingen, referenda, politieke partijen, rechtbanken, (internationale) rechtsorde enz. vanuit de geopenbaarde wil van Allah, de bron van alle geboden, verboden en wetten die eeuwig en absoluut zijn. Dat schrijft Halim El Madkouri (arabist, islamoloog en moslimradicaliseringsexpert) in de Volkskrant van eergisteren (p.27) in zijn artikel ’Al het menselijke is jihadisten vreemd’.”Een ideologie die uiterst intolerant en gewelddadig is jegens alles en iedereen buiten haar eigen kaders. Deze ideologie wist het goddelijke en het aardse te laten samensmelten in een zeer agressieve, militaristische politieke cocktail met een eigen logica die nauwelijks communiceert met de rest van de wereld”, aldus de schrijver. Hoe haaks staat de zelfverzekerde ideologie van het salafisme, waarvan de Islamitische Staat (IS) een representant is, op de hedendaagse humanistische filosofie, die gekarakteriseerd wordt door respect voor eenieder, niet / niet zeker weten,  bescheidenheid, mildheid, besef van de menselijke beperking, betrekkelijkheid, gevoel voor humor etc. Het salafisme wordt daartegenover getypeerd als dom, middeleeuws / ouderwets. Er is daar sprake van schuldige onwetendheid.  Laat de hedendaagse humanistische filosofie duidelijk doorklinken in de Nieuwe Nederlandse Grondwet. CS
————————————————————
zondag 19 oktober 2014
Op de FILOSOFIE KALENDER van vrijdag 17 oktober 2014 staat het volgende citaat van de middeleeuwse islamitische denker Abou Nars Mohammed al-Farabi (ca 870 – 950, o.a. Bagdad en Aleppo) uit diens werk De deugdzame stad afgedrukt: “De noties van imam, filosoof en wetgever zijn dus identiek.” Al-Farabi, de staatsleer van de Atheense wijsgeer Plato (ca 427 – 347 v.Chr.) volgend, stelt dat de ideale vorst naast filosoof en wetgever ook imam is. Volgens hem kan je alleen een goede imam zijn, als je onderlegd bent in de filosofie. Ervan afgezien dat er veel op de staatsleer van Plato wordt afgedongen, met name door de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper (1902- 1994), is het vanzelfsprekend nuttig als hedendaagse regeringsleiders, rechters, wetenschappers, artsen, priesters, dominees, imams / kaliefen enz. enz. ook wijsgerig gevormd zijn, waarbij in het bijzonder – in de geest van De (Tweede) Verlichting van de laatste drie eeuwen –  de grenzen en de mogelijkheden van het menselijk kenvermogen kritisch worden verkend.  CS
———————————————————-
woensdag 15 oktober 2014
Volgens Lodewijk Pessers, promovendus rechtsgeleerdheid, zijn de artikelen 137 c en 137 d van het Wetboek van Strafrecht aan vernieuwing toe: niet het beledigen, het haatzaaien, het discrimineren op terreinen als ras, geaardheid en godsdienst zouden wettelijk strafbaar moeten zijn, maar de wijze waarop zulks gebeurt.  Pessers is van oordeel dat hier het geweldscriterium bij de strafbaarstelling zou moeten gelden en zulks op alle mogelijke terreinen en dus niet enkel op de in de wet genoemde. Zie zijn artikel in de Volkskrant  (p.27) van gisteren onder de titel ‘Hou het martelaarschap buiten bereik van politici’.  In diezelfde krant, in de rubriek ‘Geachte redactie’ (p.29), schrijft T. de Huet: “Ik ben voor het Amerikaanse model: je mag alles zeggen, alleen niet tot geweld oproepen, want dan is je rechtsstaat weg”. Indachtig de verfoeide kettervervolgingen, de inquisitie, de brandstapels etc. in het verleden op grond van destijds ontoelaatbare opvattingen, deel ik het standpunt van Pessers en De Huet. In de Nieuwe Nederlandse Grondwet moet kort en duidelijk door de Nederlanders worden bepaald dat alles mag worden gezegd, alles worden bestreden, maar dat fysiek geweld te allen tijde uit den boze is. CS
—————————————————-
zaterdag 11 oktober 2014
Dr. Hans Feddema, medeoprichter van GroenLinks, poneert met instemming van dr. Peter Custers, islamonderzoeker, dat het winnen van de harten en de geesten van de soennieten, die nu in de ban zijn van de Islamitische Staat (IS), effectiever is dan een aanvallende oorlog van het Westen. “Cultuur kun je er niet met bommen uit ‘slaan’  […] IS is een soort radicale bevrijdingsbeweging in het kader van de Arabische Lente, dus onderdeel van de zeer verlate Democratische Revolutie, die bij ons in 1789 begon.”, stelt Feddema. Zie zijn artikel ‘Besluit tot meedoen aan oorlog tegen IS is onterecht’ in Civis Mundi / Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur, digitaal 27, okt/nov 2014, eerder verschenen in joop.nl, thepostonline.nl en de Volkskrant 2-10-2014.  CS
—————————————————————
woensdag 24 september 2014
Hoogleraar Henri Beunders stelt in de NRC (pag. O&D2) van afgelopen weekend dat het beter bij het recente Schotse referendum (“Moet Schotland een onafhankelijk land worden?”) was geweest, indien er een volksvergadering – al dan niet via loting samengesteld – een advies over de precieze verhouding van Schotland tot het Verenigd Koninklijk aan de bevolking zou hebben voorgelegd. Dit omdat een vraag voorleggen die alleen met ja of nee kan worden beantwoord, tot problemen leidt. Beunders: “Het Schotse referendum bewijst dat alleen een ja of nee van kiezers ongeschikt is voor ingewikkelde kwesties als onafhankelijkheid of een nieuwe Grondwet.”   CS
—————————————————-
zondag 21 september 2014
Afgelopen woensdag schreef de arabist Simon Admiraal in de Volkskrant het artikel ‘Waarom moslimleiders IS niet totaal veroordelen’. Hij stelt daarin dat zoveel andere moslims – naast de fundamentalisten van de Islamitische Staat (IS) – een samenleving nastreven waarin ‘de wetten van Allah’ volledig worden nagevolgd. Hij constateert dat moslims zelf een antwoord proberen te geven op ontwikkelingen en ontsporingen in hun milieu en dat wij daar weinig invloed op hebben. Hij zou het daarbij goed vinden als moslims fundamentele hervormingen zouden doorvoeren en oude verhalen definitief zouden afwijzen. Hij is van oordeel dat seculiere regeringsleiders, zoals president Obama en premier Camaron, zich niet hoeven uit te spreken over wat de islam wel en niet is. Zij zijn geen theologen. “Als IS zichzelf een islamitische beweging noemt, dan moet zij zo benoemd worden. En moslims die zich van terrorisme bedienen, zijn terroristische moslims. Punt uit.” Zo beëindigt Simon Admiraal zijn artikel.  Zo hoeft ook de Nieuwe Nederlandse Grondwet niet aan te geven wat het wezen van de islam of het wezen van welke religie ook is. CS
———————————————————–
vrijdag 19 september 2014
Op internet is er een nieuw, opiniërend tijdschrift gestart ter verdediging van de Westerse vrijheden en idealen: www.Jalta.nl.  “Tegen het dictatoriale sofisme van Poetin en Erdogan en de openlijke minachting van de fundamentalisten moet een overtuigend intellectueel weerwoord worden geformuleerd. Wie wij West-Europeanen zijn, wat wij doen en zeker ook wat wij laten: dat verhaal schrijven wij zelf”, aldus de hoofdredacteur en adjunct-hoofdredacteur van de nieuwe opiniesite in de Volkskrant (pag.30) van gisteren. Beiden zijn van oordeel dat het nieuwe conflict tussen West en Oost niet gaat om inkomen maar om waarden. Deze ideeën stroken met de bedoeling en de opzet van de Nieuwe Nederlandse Grondwet.  CS
——————————————————–
dinsdag 2 september 2014
Professor Wim Couwenberg schreef mij vandaag: “Ik merk zelf ook dat de interesse voor constitutionele rechtstheorie, dus voor de grondslagen voor ons constitutionele recht, heel gering is. Het is allemaal positivisme wat de klok slaat, op bijna alle terreinen van de wetenschap. Met een analyse van de feiten en de causale verbanden daartussen volstaat men”.  CS
——————————————————
zondag 31 augustus 2014
In de expositieruimte op het voormalige Kamp Amersfoort (Polizeiliches Durchgangslager Amerfoort), dat ik afgelopen vrijdag samen met mijn tennismaten Mathijs Metz en Dennis de Lange bezocht, hoorde ik op het informatiefilmpje zeggen dat Terreur en Verlichting niet samengaan. CS.
————————————————–
vrijdag 29 augustus 2014
In de rubriek Brieven van de NRC van gisteren (pag.18) stelt de briefschrijver Anton Mullink, auteur van het boek Ongelofelijk, van priester naar atheïst, onder meer het volgende: “Veronderstel eens, dat er geen enkele god bestaat. Het enige wat álle mensen bindt, zijn universele menselijke waarden. Kan deze gedachte niet het startpunt zijn voor het blussen van de brandhaarden?”. Mijn kanttekening daar bij is dat het zaak is deze universele waarden wijsgerig / ethisch / religieus te rechtvaardigen en ze te formuleren in de grondwet. CS
—————————————————-
donderdag 28 augustus 2014
In het programma VPRO Zomergasten van afgelopen zondagavond zegt David van Reybrouck dat het dak van onze democratie verschrikkelijk lekt en dat hij het geweldig vindt dat mensen zich daar bewust van zijn. CS
——————————————————-
woensdag 27 augustus 2014
Wat de briefschrijver Martin van den Berg gisteren in de Volkskrant (pag.27) met het oog op de huidige secularisatie stelde is mij uit het hart gegrepen. “Omdat niemand hier meer nadenkt over wat onze leidende cultuur is (en dat is historisch gezien toch de joods-christelijke-humanistische cultuur), staan we weerloos in het debat met de islam, laat staan dat we toekomen aan het toepassen van religiekritiek op deze godsdienst”, aldus Van den Berg. Deze “hartenkreet” heeft ook relatie met de onwil en het onvermogen om gezamenlijk een eigentijdse grondwet samen te stellen. CS
———————————————————-
zaterdag 23 augustus 2014
Op donderdag 21 augustus 2014 noteert de scheurkalender Filosofie dat de UNESCO (Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur) op 28 februari 2005 een rapport (171 EX/12) heeft uitgebracht, waarin deze organisatie op initiatief van Turkije op het belang van filosofie wijst voor het stichten en bewaren van vrede. De UNESCO stelt dat vrede gebaseerd moet zijn op de intellectuele en morele solidariteit van de mensheid en dat filosofie zowel de intellectuele gereedschappen ontwikkelt voor het analyseren en begrijpen van kernbegrippen zoals rechtvaardigheid, waardigheid en vrijheid, alsook onafhankelijk denken en oordelen bevordert, het kritisch denken versterkt en reflecteert over waarden en principes. Filosofie dus gezien als school van vrijheid en school voor menselijke solidariteit. Filosofie in de geest van de UNESCO dient in Nederland – grondwettelijk vastgelegd – onderdeel van het primaire, secundaire en tertiaire onderwijs te zijn. Zie:http://www.nieuwegrondwet.nl/nieuwe-grondwet/#6.4 . CS
—————————–
maandag 18 augustus 2014
Politiek commentator van de Volkskrant Martin Sommer herinnert ons in de zaterdagkrant (pag.36) aan zijn illustere, al weer zeven jaar geleden overleden voorganger Hendrik Jan Schoo. Deze stelde destijds dat het geen vooruitgang was dat de uitgesproken politieke ideologie van journalisten plaats had gemaakt voor een impliciete Ersatz-ideologie. Deze Ersatz-ideologie houdt volgens Schoo in dat de leidraad voor de journalist nu het aanklagen van iedere macht is en het eerbiedigen van mensenrechten. Martin Sommer citeert in dit kader van journalisten uit de televisieserie Kijken in de ziel van de journalist onder meer het volgende: “… We zijn niet meer links, wel betrokken… Die betrokkenheid keert zich tegenwoordig tegen de macht in het algemeen… De betrokken journalist concentreert zich op de mensenrechten. Daar kan niemand tegen zijn, die gelden immers altijd en overal…”. Sommer denkt genuanceerd over het verschijnsel macht en vindt dat de journalist –  met de woorden van Hendrik Jan Schoo – moet verhelderen waar hij staat en zich niet moet verschuilen achter het mombakkes van zijn professionaliteit. Sommer ziet dat er in zijn professie helaas maar weinig wordt gepiekerd over beroepsethiek. De vanzelfsprekendheid en het gemak waarmee mensenrechten als dogma’s worden gedebiteerd die verder niet hoeven te worden gerechtvaardigd (er is ook sprake van een proliferatie van mensenrechten) vormen naar mijn oordeel een onderdeel van die gebrekkige beroepsethiek waar Martin Sommer het over heeft. Zij vormen ook een omissie bij de huidige Nederlandse Grondwet.  CS
————————————————–
woensdag 13 augustus 2014
In de NRC van gisteren (pag. 17) schreeuwt Monique Samuel, politicologe en wereldwijd onderzoekster van sociale bewegingen en revoluties, het uit:  “…Islamitische Staat moet bovenaan op terreurlijsten staan… Lidmaatschap moet strafbaar worden gesteld… Potentiële Syriëgangers moeten actief worden vervolgd, hun paspoorten ingetrokken… Het is een illusie te denken dat de strijd van IS tot Syrië en Irak beperkt blijft…”. Voor Samuel is onze wereld voor de Syrië- en Irakgangers één groot huis van oorlog, waar de ongelovige (ook de progressieve medemoslim) bestreden moet worden. ”De internationale gemeenschap heeft een plechtige belofte op zich genomen om een scenario als in Rwanda nooit meer te laten plaatsvinden. De huidige situatie is echter minstens zo gevaarlijk of gevaarlijker. In de ogen van de IS zijn wij allen Tutsi’s”, aldus de schrijfster. Ik deel de bezorgdheid van Monique Samuel. Nederland, Europa, de VS, heel de wereld moet het een zorg zijn zich weerbaar op te stellen. Ik denk aan het houvast bieden tegen gevaren van binnen en van buiten, als een van de functies van de Nederlandse Grondwet. Laten we er al het mogelijke aan doen dat deze functie in ons land echt werkelijkheid wordt. Laat een kleine groep begeesterde en met de sociale media vertrouwde mensen als missionarissen het voortouw nemen voor het gezamenlijk tot stand brengen van een Wikipedia-achtige Nieuwe Nederlandse Grondwet.  CS
—————————————–
zaterdag 2 augustus 2014
Ombudsvrouw Annieke Kranenberg van de Volkskrant wijst vandaag op trollen. Zij omschrijft trollen als mensen die op internet onrust zaaien of daar desinformatie verspreiden (zie de rubriek Opinie & Debat, p.38). Met name wijst zij op de hedendaagse pro-Kremlintrollen, die mogelijk ook op de site van de Volkskrant actief zijn. Kranenberg: “ Al langer gaat het verhaal rond dat Moskou – na de behaalde propagandasuccessen in eigen land – uittest hoe de publieke opinie in Europa en de VS kan worden gemanipuleerd via nieuwssites en sociale media”. Volgens de ombudsvrouw zijn er aanwijzingen dat bloggers tegen betaling Russische propaganda verspreiden. Zij ziet het als taak van de krant om de lezer wegwijs te maken in de wirwar van feiten, belangen en propaganda. Met betrekking tot het gezamenlijk / gemeenschappelijk samenstellen en vaststellen van een nieuwe Nederlandse Grondwet en het aanwezige gevaar daarbij van gemanipuleerd worden, denk ik aan wat Dr. O.D.Duintjer in 1968 schreef in de publicatie ‘Rationele manipulatie: enige maatschappijkritische overwegingen’: “Bij de beslissing over de doeleinden zal de hele gemeenschap betrokken moeten worden, die rechtstreeks belanghebbend is zowel bij het gemanipuleerd-worden als bij de resultaten daarvan. Maar dan wel de ménselijke gemeenschap, d.i. een gemeenschap van vrije personen. Beide elementen (gemeenschappelijkheid en bewuste inzet van de persoon) zijn even wezenlijk als het gaat om ménselijke beslissingen.” PS. Welke onuitgesproken belangen spelen ook bij de klaarblijkelijke onwil om de Nederlandse Grondwet – in het bijzonder procedureel – op korte termijn drastisch te wijzigen?   CS
—————————————————————
zondag 20 juli 2014
David Suurland heeft aan de Universiteit Leiden in zijn (cum laude) proefschrift het nazisme, het communisme en het islamisme met elkaar vergeleken op het terrein van de Jodenhaat. (Zie NRC O&D pag.2en3 van dit weekend.) Deze haat in de islamitische wereld gaat volgens Suurland terug op het niet erkennen door de Joden van Mohammed als profeet. Hij stelt: “Ook in de theologische verhandelingen van de islamitische middeleeuwen en moderne tijd loopt een rode draad: de jood is de vanzelfsprekende vijand van Allah en de islam. De vergelijking met het christelijk antisemitisme is evident. En daar waar 2000 jaar christelijk antisemitische theologie het maatschappelijk draagvlak voor de Holocaust creëerde, zou het naïef zijn te veronderstellen dat 1400 jaar islamitisch antisemitisme zonder gevolgen zou zijn. Dat is het dan ook niet”. David Suurland betreurt het dat wetenschappers van nu en hier om verschillende redenen een andere kant op kijken. Zelf bekritiseer ik onze samenleving om het te weinig werk maken van de (Tweede) Verlichting: te weinig filosofie “vanaf de basisschool tot en met de universiteit”.  CS
———————————————
dinsdag 15 juli 2014
Vanavond bracht de Nederlandse televisie (NCRV-programma ‘Altijd wat’) de uitspraak van Theo van Gogh in herinnering dat de islam (en ook het christendom) achterlijk is. In de regel wordt deze uitspraak bij voorbaat moreel veroordeeld en dus niet wetenschappelijk c.q. wijsgerig besproken. Jammer. Deze gewenste gedachtenwisseling raakt de fundamenten van ons bestaan.  CS
————————————–
maandag 7 juli 2014
De achtenzestigjarige Irene Godderij, in 2001 in Nijmegen afgestudeerd in religiestudies, geestelijk verzorger in een verpleeghuis in het Spaanse Benidorm, zegt in de NRC van dit weekend (rubriek “DE DERDE HELFT”, O&D16): “Levensbeschouwing, geestelijke verzorging, filosofie, godsdienst – in wezen raakt het aan dezelfde kern, aan het vertellen van en luisteren naar levensverhalen. Onder Nederlandse ouderen in Spanje bestaat daaraan een grote behoefte”. Zij herinnert er aan dat Nederlandse zorginstellingen wettelijk verplicht zijn geestelijke verzorgers in dienst te hebben. Zij werkt in de context van die verplichting, waarbij het voor haar de kunst is een balans te vinden tussen nabijheid en afstand. “Je kunt mensen alleen tot steun zijn als je niet volledig meegaat in hun problemen, zorgen en verdriet”, aldus Godderij, die uit het boeddhisme heeft geleerd dat leven ook loslaten is. De opvattingen van Irene Godderij doen mij denken aan de uitspraak van de Duitse filosoof George Hegel (1770-1831) dat er wel religie zonder filosofie kan zijn, maar geen filosofie zonder religie, omdat de filosofie de religie in zich sluit. Haar opvattingen brengen mij ook op de gedachte dat geestelijke verzorging ook een wettelijke opdracht voor het primaire, secundaire en tertiaire onderwijs dient te zijn, zeker nu die verzorging voor een belangrijk deel bij de huidige ontkerkelijking aan het wegvallen is. Die verplichting zou ook grondwettelijk moeten worden vastgelegd.  CS
————————————————————
donderdag 3 juli 2014
Hoogleraar Paul Cliteur en trendwatcher Adjiedj Bakas herinneren in de NRC van eergisteren (blz. 16 en 17 Opinie) er aan, dat het huidige kabinet wil dat de Nederlandse grondwet – in lijn met de internationale rechtsorde – wordt aangevuld met de volgende bepaling aan het begin van dat basisdocument: “De grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten”.  Beide scribenten trekken uit dit voorstel de conclusie dat het beoogde nieuwe grondwetsartikel het kabinet verplicht een land als Saoedi-Arabië aan te spreken op de erbarmelijke mensenrechtensituatie aldaar, “het land waar het Nederlandse bedrijfsleven zo graag zaken mee doet”. Ook zien beiden dat het nieuwe grondwetsartikel het voor het kabinet moeilijk maakt om Nederlandse parlementariërs kritisch te onderhouden, wanneer zij een land als Saoedi-Arabië bekritiseren. Ten slotte wijzen beide scribenten er op dat het beoogde nieuwe grondwetsartikel ook inhoudt dat in een democratie Kamerleden de regering kritisch volgen en niet dat de regering Kamerleden terechtwijst. In aanvulling op de kanttekeningen van Cliteur en Bakas plaats ik de volgende twee hierbij: in een volwaardige democratie is het niet aan de uitvoerende macht om de grondwet te wijzigen, maar aan het volk; in de toekomstige Nederlandse grondwet worden fundamentele waarden, zoals democratie, rechtsstaat en mensenrechten, wijsgerig/ethisch gerechtvaardigd en dus niet zonder meer geponeerd.  CS
——————————————————————
maandag 9 juni 2014
De nu negentienjarige Deens-Palestijnse jongeman, Yahya Hassan, heeft vorig jaar zijn eerste dichtbundel uitgebracht, getiteld Digte (in het Nederlands Gedichten), waarvan er inmiddels binnen en buiten Denemarken meer dan 100.000 exemplaren zijn verkocht. Op bikkelharde wijze rekent Hassan in zijn gedichten af met zijn kwestieuze allochtone leefwereld. Daardoor is hij daar inmiddels ‘persona non grata’ geworden. In zijn interview met de Volkskrant dit weekend (bijlage Sir Edmund) zegt hij: “Sommigen noemen mijn gedichten islamkritisch. Maar mijn gedichten zijn eerder religiekritisch. Religieuze controle, indoctrinatie, het patent nemen op waarheden, Gods waarheden kennen, jezelf als uitverkoren volk beschouwen, denken dat je zelf naar de hemel gaat, dat vind je in alle religies terug. Toevallig kom ik uit een moslimfamilie, en die beschrijf ik omdat ik die ken”. Deze laatste prikkelende gedachte van Yahya Hassan lijnt met mijn eigen bevinding dat er geen lerende instantie buiten of boven de mens is, die hem kan helpen bij het ontrafelen van de raadselen van het leven. De mens is hier op zich zelf aangewezen. Daarbij constateer ik dat heel veel mensen door de geschiedenis heen – tot op de dag van vandaag – zich gemakkelijk laten leiden door predikers, profeten en ‘helderzienden’ die pretenderen wel de antwoorden ‘van boven’ te hebben:  het gros van de mensheid geloofde / gelooft nog steeds heilig in van god gegeven teksten. Wat dit betreft leven we  anno nu helaas nog ‘in de Middeleeuwen’ en zijn we niet in staat en ook niet bereid om in gemeen overleg zo goed mogelijke antwoorden op de belangrijke levensvragen te geven, antwoorden die ook hun weerslag kunnen vinden in de Nieuwe Nederlandse Grondwet.  CS
—————————————————————-
maandag 26 mei 2014
Arie Elshout, correspondent van de Volkskrant in de Verenigde Staten, schreef afgelopen zaterdag in die krant dat in Rusland momenteel het gif van het nationalisme weer zijn werk doet en dat de jaren dertig in zekere zin een levende werkelijkheid zijn geworden. “Weer wordt op het Europese continent een volk opgezweept door een leider, die een ideologie van nationale wedergeboorte predikt, andersdenkenden ondergronds jaagt, buurlanden bedreigt en de natie meesleept in zijn heilige verontwaardiging over het goddeloze, decadente en verraderlijke westen”, aldus Elshout. Het verhaal van Arie Elshout (geb. 1954) bracht mij bij Roel van Duijn (geb.1943, oud-activist en oud –politicus). Die schreef in de NRC van 14 april (pag.17) dat hij in het museum van de Grote Vaderlandse Oorlog in Moskou (de oorlog, die voor de Russen op 22 juni 1941 begon) een zaal miste, gewijd aan de oorlogsperiode die aan deze oorlog voorafging. Dat was de periode van 23 augustus 1939 tot aan 22 juni 1941, de tijd van het Molotov-Ribbentroppact tussen Hitler en Stalin, de tijd waarin op 22 september 1939 Hitler en Stalin gezamenlijk de overwinningsparade hielden op de tweedeling van Polen. Van Duijn: “ Een bezoek aan het museum in Moskou is leerzaam om wat er weggelaten is. De geschiedvervalsing toont het snoer waaraan men de kralen van de propaganda rijgt voor de huidige rekolonisatiepolitiek. (…) Het halve verhaal werd en wordt grif geslikt. De halve kennis over de Tweede Wereldoorlog heeft de geesten rijp gemaakt voor een vervolg. Poetin voegt zijn propaganda er naadloos aan toe, over de mooie, machtige Sovjet-Unie met zijn weggepoetste Goelags. Het is geen wonder dat hij met zijn annexatie van de Krim in eigen land zoveel populariteit gewonnen heeft”. Helaas heeft er in de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog geen grootschalig en langdurig gewetensonderzoek plaatsgevonden, in tegenstelling tot Duitsland waar dat wel is gebeurd. Op 23 mei 1949 is in dit land – als vrucht van die kritische en pijnlijke bezinning – de alom geprezen Grundgesetz für die Bundesrepubliek Deutschland vastgesteld. Het hebben van een door het volk samengestelde, vastgestelde en gekende Grondwet, is voor elk land van groot belang. Zo een Grondwet verankert de rechtsorde en vormt de ruggengraat van de democratische rechtsstaat.  De wereld zou heel wat veiliger zijn, als met name Rusland in deze het voorbeeld van Duitsland zou volgen.  CS
————————————————-
woensdag 21 mei 2014
De Onderwijsraad stelt deze week dat het onderwijs te weinig aandacht heeft voor de zogeheten 21ste –eeuwse vaardigheden. Dat zijn: denkvaardigheden, waaronder kritisch denken; sociale competenties, waaronder culturele sensitiviteit; metacognitie, waaronder kennis van het eigen functioneren. De Volkskrant bericht hier vandaag over en laat basisschooldirecteur Carla van den Bosch zeggen, dat “de industriële samenleving, waarin ons onderwijssysteem werd opgetuigd, voorbij is en dat in de huidige netwerksamenleving andere vaardigheden vereist zijn, waarop het onderwijs moet inhaken”. In de onderwijsparagraaf van een nieuwe Nederlandse Grondwet moet de ontwikkeling van de relevante vaardigheden van het huidige tijdsbestek tot uitdrukking komen. Daar hoort de kritische reflectie (zeg wijsbegeerte) bij. In Nederland is er bij het onderwijs te veel vrijheid van richting en te weinig vrijheid van inrichting. CS
———————————————-
zaterdag 17 mei 2014
Jonathan Israel, hoogleraar moderne geschiedenis aan de Princeton University (New Jersey), stelt in zijn nieuwe boek  Revolutionary Ideas  (maart 2014) dat Maximilien de Robespierre (1758-1794)  ten tijde van de Franse Revolutie (1789-1802) geen verlicht revolutionair was, maar een protofascist. Robespierre wees kernwaarden van de “Radicale Verlichting” af, zoals vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor de vrouw, gelijkwaardig onderwijs voor mannen en vrouwen en een seculiere staat. Radicaal Verlichte leiders van die revolutie waren volgens Israel wel onder anderen Brissot, Condorcet, Mirabeau en Thomas Paine. De wortels van de Radicale Verlichting ziet Jonathan Israel overigens niet in de achttiende eeuw bij Franse filosofen liggen, maar in de zeventiende eeuw in Nederland, met name bij Baruch de Spinoza (1632-1677).  Deze filosoof vond dat de staat niet op godsdienstige grondslag moest worden ingericht, maar op redelijke, natuurlijke, seculiere. Hij pleitte voor een democratische republiek, gebaseerd op gelijkheid en vrijheid voor iedereen. (Zie Paul Steenhuis, “Robespierre was een protofascist”, NRC, 13 mei 2014, pag. C2 en C3.) Tot de Radicale Verlichting hoort ook het kritisch nadenken over de Rede zelf. Representant hiervan is Immanuel Kant(1724-1804), dé filosoof van de Verlichting. Hij leerde dat je voor alles de grenzen en de mogelijkheden van het menselijk kennen kritisch moest onderzoeken. In de negentiende en twintigste eeuw nam deze kenniskritiek de vorm aan van argwaan: argwaan tegen ons bewustzijn (dat zelf is vervalst) met zijn vervalsende capaciteiten.  Met name Karl Marx (1818-1883), Friedrich Nietzsche (1844-1900) en Sigmund Freud (1856-1939) wezen daarop en ontmaskerden de vervalsingen in hun ideologiekritiek. Sindsdien is er sprake van de “Tweede Verlichting”. In de Nieuwe Nederlandse Grondwet staat het volgende bij “Wijsbegeerte en Wijsgerige Vorming” (zie: http://www.nieuwegrondwet.nl/nieuwe-grondwet/#6.4 )   : 1.In Nederland met zijn langdurige wijsgerige traditie is er ruimte voor de beoefening van de wijsbegeerte. 2. Omdat Nederlanders – jong en oud – moeten leren kritisch hun eigen ideeën te ontwikkelen, dienen zij, met name op scholen, wijsgerig gevormd te worden. CS
———————————————————–
donderdag 8 mei 2014
In haar 5 mei-lezing op Bevrijdingsdag in Assen citeerde Mary Robinson de uitspraak “Eeuwige waakzaamheid is de prijs van de vrijheid”. Volgens haar afkomstig van de achttiende eeuwse Ier John Philpot Curran. Deze uitspraak is een variant van de klassieker “Si vis pacem, para bellum” (als je vrede wilt, bereid dan oorlog voor), te lezen bij onder anderen Livius en Vergilius rond het begin van onze jaartelling. De uitspraak herinnert ook aan de scheurkalenderwijsheid “Als je jezelf tot lam maakt, moet je er niet versteld van staan door een wolf te worden opgevreten”. De geboden waakzaamheid dient samen te gaan met de eerbiediging van het eerste gebod van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), namelijk “Erken de inherente waardigheid van alle leden van de mensengemeenschap”. Deze erkenning dient in de Nieuwe Nederlandse Grondwet te staan.  CS
———————————————————
zondagavond 4 mei 2014
Ik kom zojuist terug van de 4 mei-herdenkingslezing van de Universiteit Utrecht, gehouden door David van Reybrouck, onder de titel ‘Democratie in ademnood’. Volle Aula en met ovationeel applaus afgesloten. Van Reybrouck: de burgers van alle 28 lidstaten van de Europese Unie zouden elk voor hun eigen land – via door loting samengestelde, representatieve groepen die worden bijgestaan door de nodige deskundigen – op het jaar 2030 gerichte doelstellingen van hun land in EU-verband moeten formuleren. Ook zou de EU blijvend moeten toezien op de democratisering van de afzonderlijke lidstaten, met name ook op de participatie van de laaggeschoolden. Tijdens de beantwoording van de vragen van de toehoorders merkte Van Reybrouck tot zijn vreugde op dat veel Belgische politieke partijen in hun partijprogramma’s voor de komende verkiezingen democratische vernieuwing opgenomen hebben. Bemoedigend.  CS
—————————————————-
vrijdag 2 mei 2014
Aan het einde van zijn artikel “Het eigenlijke begin van Nederland” in De Gids, jaargang 177, nummer 2, 2014, stelt Remieg Aerts, hoogleraar politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, dat wie op dit moment in Nederland graag een flinke grondwetsherziening wil zien, op een revolutie of een oorlog moet hopen. De geschiedenis leert namelijk, aldus de schrijver, dat alle wezenlijke  grondwetsherzieningen in ons land (die van 1798, 1814-1815, 1848, 1917, met uitzondering die van 1983) slechts mogelijk waren “in irreguliere situaties, een gezagsvacuüm of een externe dreiging”. Ook Carla Zoethout (zie onder) wijst in haar artikel op hetzelfde gegeven, verwijzend naar het buitenland: nieuwe / veranderde grondwet in Duitsland, Italië en Japan na de Tweede Wereldoorlog en in de voormalige Oostbloklanden na de val van de Berlijnse Muur. IJdele hoop dus in Nederland op een drastische grondwetsverandering op de korte of middellange termijn, terwijl er toch redenen te over zijn om hier, georganiseerd en van onderaf, de handen uit de mouwen te steken. Bovendien is het technisch uitvoerbaar en hoeft het werk niet een twee drie af te zijn. CS
——————————————————–
zaterdag 26 april 2014
In haar artikel ‘Tijd voor een preambule’ in De Gids, jaargang 177, nummer 2, 2014, stelt Carla M. Zoethout, universitair hoofddocent staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en in 2006 deel uitmakend van de Nationale Conventie ter voorbereiding van een nieuwe Grondwet, dat Nederland in de loop van de laatste decennia drastisch is veranderd. Homogeniteit heeft er plaats gemaakt voor heterogeniteit. Nederland is een veelkleurige en multiculturele natie geworden. Deze overgang maakt volgens Zoethout een aanpassing van de Grondwet wenselijk. ”Het hedendaagse Nederland is immers, vergeleken met de betrekkelijk homogene samenleving van twee eeuwen geleden, in politiek, levensbeschouwelijk en cultureel opzicht volkomen veranderd; het is zonder meer pluralistisch te noemen. Dat maakt het van des te groter belang om datgene wat wel gemeenschappelijk is, meer te expliciteren en uit te dragen. Het gaat om de spelregels van ons politiek systeem en om de fundamentele rechten die we als burgers tegenover de overheid geldend kunnen maken. De Grondwet zou een ijkpunt kunnen vormen, een minimum aan normen waarover consensus bestaat, ter bevordering van de sociale cohesie in de samenleving”, aldus de schrijfster. Als je goed kijkt, zie je dat er best veel mensen zijn, die zich druk maken over de Grondwet. Laten zij / wij de koppen bij elkaar steken. CS
——————————————————————
zondag 20 april 2014 In zijn artikel ‘De vergeten Grondwet’ in De Gids, jaargang 177, nummer 2, 2014, noemt Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, een aantal mogelijke karakteristieken van een grondwet. Hij noemt: een grondwet is een gezamenlijk plechtig document waarin nationalisme en patriottisme worden uitgedrukt; een grondwet is een sacraal basisdocument waarin de leden van een politieke samenleving elkaar plechtige beloften doen met een zodanige wijzigingsprocedure dat eenvoudige politieke meerderheden de inhoud niet snel kunnen wijzigen; een grondwet is een nationale collectie van politiek, sociaal en cultureel moreel besef, die als waarde aan nieuwe generaties wordt doorgegeven (“zonder een dictaat van de doden over de levenden te worden”); een grondwet geeft antwoord op de basale nationale wezensvragen Wie zijn we? Wat delen we? Wie willen we zijn? Waar gaan we naartoe?; een grondwet formuleert de natuurlijke rechten van de mensen en bepaalt dat de overheid die rechten erkent en respecteert; een grondwet drukt het belang van democratie uit en het daarmee samenhangende recht op zelfbepaling; een grondwet geeft duurzame structuur (in de vorm van stevige instituties) en stabiliteit aan een politieke samenleving; een grondwet leeft in de hoofden en zeker in de harten van mensen. Voermans spreekt van grondwetmissionarissen: mensen die zich druk maken over de Grondwet. “Constitutionalisme is voor een aantal mensen, ook in mijn vakgebied, een soort geloof”, aldus de schrijver. Zelf reken ik mij (cs) ook tot die gelovige missionarissen, daarbij van oordeel zijnde dat in de tegenwoordige tijd het volk zelf in gezamenlijke actie zijn grondwet moet samenstellen en vaststellen, alsmede van oordeel dat de erkenning van de inherente waardigheid van alle leden van de mensengemeenschap –  wijsgerig verantwoord – als een van de grondbeginselen  in een grondwet opgenomen dient te worden.  CS
————————————————————-
zaterdag 12 april 2014
In zijn artikel ‘Nederlandse grondwet een politiek en juridisch muurbloempje’ (Civis Mundi, Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur, maart/april 2014, digitaal) merkt Wim Couwenberg op dat in discussies over onze Nederlandse identiteit praktisch nooit de grondwet wordt genoemd als symbool en expressie van onze identiteit. De schrijver ziet voorts nauwelijks enige emotionele binding met de grondwet bij het gros van de bevolking, ook niet bij de gemiddelde jurist en ook niet bij de politiek. Hij herinnert eraan dat  twee Utrechtse staatsrechtgeleerden, H.Kummeling en T. Zwart, ruim tien jaar geleden een bezinning op de wenselijke inhoud van een grondwet van groot belang achtten en dat zij, mede met het oog op de Europese integratie, een lans braken voor een integrale herziening van onze grondwet. Meer en meer, vaker en vaker, vang ik geluiden op (overigens niet van de zijde van de regering of de volksvertegenwoordiging):  we moeten de grondwet drastisch onder handen nemen. Laten deze geluiden gaan samenklinken. Laten ze/we gezamenlijk van onderop – met de nodige crowdsourcing en crowdfunding –  het voortouw nemen.  CS
———————————
zaterdag 5 april 2014
Zoekmachine Google heeft samen met het Nationaal Archief en het Nationaal Comité 200 jaar Koninkrijk een internet-tentoonstelling gemaakt over 200 jaar Grondwet. Zie: http://www.google.com/culturalinstitute/exhibit/200-jaar-grondwet/wR0nxk42 . Ook De Gids, jaargang 177, nummer 2, 2014, is met een twintigtal bijdragen geheel gewijd aan 200 jaar Grondwet. Diverse auteurs pleiten ervoor de huidige Grondwet te herschrijven, “zodat de spelregels van ons politieke systeem er duidelijk en aansprekend in worden verwoord”, aldus de redactie. Auteur   J.Th.J. van den Berg, emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel en oud-lid  van de Eerste Kamer, geeft in zijn artikel “De Grondwet weer tot leven brengen: hoe doen wij dat?” een actiescenario voor die herschrijving (pagina 11). Daarin is ook voorzien van deelname van ongeveer honderd door loting geselecteerde burgers, alsmede van adviserende experts.   CS
—————————————————
dinsdag 1 april 2014
De rechtsgeleerde Arthur Elias schrijft in de Volkskrant  van vandaag  (het artikel: “Verkeerd feestje voor Grondwet”) dat de momentele viering tweehonderd jaar Grondwet eigenlijk de viering van tweehonderd jaar terugkomst van de Oranjes had moeten zijn. “Aan de geschiedenis zou eerder recht zijn gedaan als de Grondwet van 1798 het middelpunt van een viering van onze Grondwet zou zijn geweest”, aldus Elias. In de Grondwet van 1798 zijn volgens hem de wortels van onze huidige staatsstructuur terug te vinden. Voor het eerst worden daar ook grondrechten, zoals vrijheid van godsdienst en drukpers, geproclameerd.  De Grondwet van 1814 betekende in democratische zin een grote stap achteruit vergeleken met de Grondwet van 1798. Je merkt op dat de tegenoverstelling van royalisten en republikeinen in ons land van eeuwen her is en nog steeds voortduurt. Ik zie hier iets als een vorm van atavisme.  CS
————————————————-
zondag 30 maart 2014
De  historici Coos Huijsen en Geerten Waling doen de suggestie in de Volkskrant van afgelopen woensdag (pag.34) om de huidige Grondwet te voorzien van een preambule. Deze preambule zou, in het historische besef van onze revolutionaire geschiedenis van meer dan vier eeuwen – d.i. onze ontwikkeling van onderdanen naar burgers – de volkssoevereiniteit, de vrijheid en de verdraagzaamheid als morele basis van de moderne rechtsstaat grondwettelijk moeten verankeren.  De huidige PvdA-minister van Onderwijs en Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk, van oordeel dat de grondwet een basistekst voor de democratie dient te zijn,  zegt in de Volkskrant van afgelopen vrijdag (pag.25) het niet met de beide historici eens te zijn. “De grondwet is, net als de tafelen van Mozes met de tien geboden, ooit van een berg gedragen, met juist niet de bedoeling er elk jaar nieuwe geboden bij te beitelen. Hij moet onveranderbaar zijn, tenzij er een verduveld goede reden voor is”, aldus de minister. . De voormalige PPR-parlementarier en wetenschapper Bas de Gaay Fortman poneert in de Volkskrant van afgelopen zaterdag (pag.30) de stelling dat in Nederland de bewaking van de grondwet geheel is toevertrouwd aan de Staten-Generaal, inclusief de bewaking van deze bewaking (zelf-bewaking). Dus is de bewaking niet toevertrouwd aan het volk. “De kiezer, eens in de vier jaar? Dat is wel erg mager”, aldus het ex-kamerlid. . Ik sta positief tegenover de suggestie van de twee historici. Het is goed, als in de grondwet het historische besef tot uitdrukking wordt gebracht dat Nederland door strijd is verworven (eventueel met verwijzing naar onder andere het Plakkaat van Verlating van 1581) en dat het verdedigd moet worden (eventueel met verwijzing naar bijvoorbeeld  de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van1948). . Ik deel het oordeel van de minister dat de grondwet een basistekst moet zijn, dus dat die moet gaan over hoofdzaken. Wat dat betreft kan de huidige grondwet behoorlijk opgeschoond worden. Er staan namelijk legio bepalingen in (bijzaken), die eigenlijk in de normale wetten behoren te staan. Zie bijvoorbeeld hoofdstuk 2 Regering, paragraaf 2 Koning, de artikelen 24 tot en met 49. En vanzelfsprekend moet de grondwet, handvest voor verantwoord burgerschap, wél terdege veranderbaar zijn, .  Ik ben het oneens met de voormalige parlementariër: in een volwaardige democratie – met al de informatie- en communicatiemogelijkheden – maakt en bewaakt niet de volksvertegenwoordiging maar het volk de grondwet. Het volk is soeverein. Het volk in dit verband reduceren tot burgers die eens in de vier jaar hun stem uitbrengen, is een karikatuur. CS
————————————————————————————-
vrijdag 17 januari 2014
Egypte heeft net een nieuwe grondwet, Tunesië bijna. In Egypte behoudt het leger zijn greep op het bestuur van de staat en blijft de wetgeving aan de koran ontleend (sharia). In Tunesië – waar het maatschappelijk middenveld, grotendeels seculier, ontwikkeld is – worden de mensenrechten, de rechtsstaat, de gelijkheid van man en vrouw en alle vrijheden gegarandeerd. Beide landen bevinden zich in een overgangsfase, waarbij Tunesië duidelijk een straatlengte voor ligt.  CS
—————————————————